
De stilte voor De Stormvogel er over schrijft.
Ik schrijf dit, de columniste-versie van mezelf die sinds vanochtend 12 januari 2026 precies 50 jaar geleden werd geboren. De versie die eerder deze week zittend op de bank staarde naar de bruidsjurk. Ik had toen eigenlijk op moeten staan, de bruidsjurk opzij moeten schuiven om naar de vallende sneeuw te kijken. De prachtige, pure, (pleonasme) witte sneeuw. De bruidsjurk daarentegen is een crèmewit, polyester, licht glanzend gedrocht, dat is meeverhuisd toen ik dit leuke huisje betrok.
Ik nu 50, huisje bijna 100 en de bruidsjurk is…
…een gordijn. Jaren geleden had de verhuis-klus-inrichtversie van mezelf nog nooit gehoord van een ‘lichtplan’ en had ik dus ook geen raambekledingplan. Ik dacht, dat komt allemaal nog wel. De bruidsjurk hing. Geen inkijk. Goed genoeg voor nu. Eh toen… maar ze hangt er nog steeds. Na al die jaren.
Nu is er fifty shades of drek buiten. En hangen er slingers, toeters en bellen binnen. Ik vermoed dat mijn zus haar kans greep met de versieringen, zodat het glanzende gedrocht wat minder op zou vallen. Het was dan ook mijn zus die het gordijn ooit -niet als compliment- heeft omgedoopt tot ‘de bruidsjurk’.
Een briljante omschrijving!
Telkens als ik er aan terugdenk, moet ik lachen. Misschien hangt de bruidsjurk er alleen om die reden nog. Een herinnering die me laat grijnzen en glimlachen met lachrimpels als bewijs op mijn 50-jarige gezicht, elke keer als ik het gordijn open of dicht doe.
De bruidsjurk bleek overigens geen voorbode voor een gelukkig getrouwde versie van mezelf. Langdurige liefde op het eerste gezicht. Of een lovely liefdesleven. Ik denk dat het tijd is geworden om de bruidsjurk ritueel te gaan verbranden.